Ben ik onvrij als ik het advies van iemand anders volg?

Naar aanleiding van het vorige artikel kreeg ik een interessante reactie. De volgende stelling werd gegeven: Als ik er zelf voor kies om het advies van iemand te volgen (bijvoorbeeld, omdat ik geen zin heb om na te denken) dan ben ik ook vrij. Het was immers mijn keuze het advies van diegene te volgen.

Met die stelling ben ik het het tot op zeker hoogte eens. Ik was niet gedwongen die ander om advies te vragen en het advies had ook geen dwingende uitwerking op mij. Ik koos ervoor het advies te volgen, zonder enige dwang. In dit opzichte was ik dus vrij.

Laten we nou deze tegenwerping nader onderzoeken aan de hand van een voorbeeld. Stel dat ik niet weet wat ik wil doen met mijn leven. Ik heb er al enige tijd over zitten tobben, maar ik kom er niet uit. Uiteindelijk kies ik ervoor om naar een ervaren vriend te gaan. Ik vraag deze vriend wat ik het beste kan doen met mijn leven. Deze vriend zegt mij het volgende: ‘de wereld warmt op en dat is een grote bedreiging voor de mensheid. Ik adviseer je om de opwarming van de aarde te bestrijden.’ Vervolgens vraag ik deze vriend: ‘Hoe kan ik dat het beste doen?’. De ervaren vriend zegt mij: ‘Treed in vrijwillige dienst bij Green Peace’. Vervolgens besluit ik het advies van mijn vriend te volgen. Ik geloof dat ik weet wat ik wil doen in mijn leven en ik geloof ook te weten hoe ik datgene zou kunnen doen. Ben ik nou echt vrij? Ja, in de zin dat er afwezigheid is van dwang. Nee, in de zin dat er ook aanwezigheid is van weten.

Stel nou hypothetisch dat het advies van mijn vriend helemaal niet klopt. De aarde warmt niet op. Uit recent onderzoek blijkt dat de aarde juist afkoelt (hypothetisch). Dan richt ik mijn leven in op een onjuiste hypothese. Ik zet mij in voor iets wat helemaal niet klopt. En, daar heb ik ook nog eens helemaal geen weet van. Ik weet niet of het advies dat ik volg waar is of niet. In die zin is er afwezigheid van weten.

Stel nou dat ik wel precies zou weten waarom ik iets doe en waarom het goed is dat ik dat doe. Zou ik mijzelf dan niet een stuk vrijer voelen? Ikzelf zou mij dan vrijer voelen. Ik zou precies weten wat ik doe en ikzelf zou vorm geven aan mijn leven. Ik zou me ook een stuk zekerder voelen. Als iemand mij zou vragen, ‘waarom doe je dat’?  Dan zou ik diegene precies kunnen vertellen waarom ik doe wat ik doe.

Ben je het oneens met het bovenstaande? Stuur dan een bericht naar: filovrijheid@gmail.com. Het zou fijn zijn als je daar een argumentatie in schrijft en zou je tevens willen aangeven of ik die argumentatie mag publiceren op deze website?

Wil je weten wat Rudolf Steiner hierover schrijft, ga dan naar Hoofdstuk 9 van zijn boek.

 

Ben ik een vrij mens die zelf zijn wensen en daaruit voortvloeiende handelingen bepaalt?

Enige tijd geleden kreeg ik de behoefte om te onderzoeken of ikzelf vrij ben. Ik nam een boek van Peter Bieri ter hand, Het Handwerk van de vrijheid, en begon te lezen. Halverwege het boek bedacht ik mij dat ik graag zelf wil onderzoeken of ik vrij ben. Daarom heb ik de bovenstaande vraag geformuleerd. Deze probeer ik stap voor stap hieronder te beantwoorden.

Vrij of onvrij?

Iets is onvrij als het wordt veroorzaakt of wordt genoodzaakt door iets anders. En iets is vrij wanneer geldt dat het niet zo is dat iets wordt veroorzaakt of wordt genoodzaakt door iets anders. In termen van menselijke vrijheid kun je spreken van gedwongen (onvrij) of van niet gedwongen (vrij).

Wie is vrij of onvrij?

De mens of het ik van de mens is vrij of onvrij.

Voor de mens zijn twee fundamentele eigenschappen van belang. De ene eigenschap is het waarnemen en de andere eigenschap is het denken. Het waarnemen zijn alle gewaarwordingen die de mens doet in de meest brede zin van het woord (horen, ruiken, zien, voelen, voorstellingen, gedachten etc.). Het denken is een activiteit die gedachten en begrippen voortbrengt.

Door het denken leert de mens de wereld begrijpen. Als de mens waarneemt is de mens passief en als de mens denkt is de mens actief en brengt de mens begrippen en ideeën voort. Door het denken ontstaat ook het begrip ‘ik’ en het begrip ‘wereld’. Het denken brengt ook de begrippen ‘subject’ en ‘object’ voort evenals alle andere begrippen.

In de loop van het leven vormt zich de mens door een wisselwerking van waarnemingen en denken. Het denken van de mens brengt vele begrippen en wensen in relatie tot zichzelf, zijn ik. Kortom: door het denken vormt zich de persoonlijkheid van de mens.

Wat zijn wensen en handelingen?

Wensen zijn begrippen, ideeën en voorstellingen die de mens heeft. Als een wens sterk is kan de mens die wens willen realiseren. Daaruit kan dan een handeling voortvloeien. De handeling is een materiële realisatie van de wens of een poging daartoe.

Wordt het denken genoodzaakt of veroorzaakt?

Het denken is een activiteit. De mens kan ervoor kiezen die activiteit wel of niet uit te voeren. Als de mens denkt, dan kunnen begrippen en ideeën ontstaan. Het denken wordt dus niet genoodzaakt of veroorzaakt.

Noodzaken begrippen, ideeën en voorstellingen?

Als begrippen, ideeën en voorstellingen zijn voortgebracht, dan kan de mens zich die bewust worden. Bewust worden betekent dat de mens zijn denken erop richt. Vervolgens kan de mens ervoor kiezen om een begrip, idee of voorstelling te realiseren via een handeling. De begrippen, ideeën en voorstellingen noodzaken/dwingen de mens niet tot een handeling. De mens kan ervoor kiezen geen handeling te verrichten.

Conclusie tot nu toe:

Het denken is een ongedwongen activiteit. Door het denken vormt zich het begrip ik. De mens wordt zich dankzij het denken bewust dat hij een ik is. Vervolgens vormt zich door een wisselwerking van denken en waarnemen dit ik verder gedurende het leven. Het ik wordt een persoonlijkheid. De mens vormt zichzelf tot persoonlijkheid met behulp van zijn vrije denken. De mens is dus in principe een fundamenteel vrij wezen. Ik spreek hier niet over alles wat al door waarneming gegeven is, zoals het lichaam.

Ondanks het feit dat de mens een fundamenteel vrij wezen is kan de mens onvrij zijn of onvrij worden.

Wat maakt de mens onvrij?

1. Afwezigheid van het weten van mijn wens maakt mij onvrij. Als ik niet weet wat ik wens, dan weet ik ook niet welke handeling ik wens te verrichten. Ik laat mij besluiteloos meedrijven door de omstandigheden en er worden keuzes voor mij gemaakt. Ik geeft geen vorm aan mijn eigen leven.

2. Afwezigheid van praktisch weten maakt mij onvrij (zelfkennis en kennis van de wereld). Ik dien te weten welke handeling ik zou moeten verrichten om mijn wens te realiseren. Stel nou dat ik weet wat ik wens, maar niet weet hoe de wens kan worden gerealiseerd, dan ben ik niet vrij om te doen wat ik wens. Het lukt mij eenvoudigweg niet, omdat ik geen kennis bezit over hoe het moet worden aangepakt.

3. Verder is afwezigheid van externe dwang nodig. Ik kan weten wat ik wens en hoe de wens gerealiseerd moet worden. Echter, als iemand mij vastketent dan kan ik de wens niet realiseren.

4. Een vierde voorwaarde is, dat ook innerlijke dwang afwezig dient te zijn. Bij innerlijke dwang denk ik aan dwanggedachten (verplichtingen die ik mijzelf opleg (bijv. allerlei dingen van jezelf moeten)), verslavingen (roken, drinken, drugs) en psychische aandoeningen. Dit is overigens geen volledige lijst. Een aantal van de hiervoor genoemde zaken oefent wellicht geen dwang uit, maar desalniettemin een sterke drang.

Conclusie

Ik ben in principe een fundamenteel vrij iemand die zelf sturing kan geven aan zijn eigen leven. Door externe- of interne omstandigheden of het nalaten van actief denken kan ik onvrij blijven of onvrij worden. Vrijheid kan mijn inziens vooral verkregen worden door actief na te denken.

Veel van de hierboven genoemde gedachten vloeien voort uit de Filosofie der Vrijheid.

Ben je het oneens met het bovenstaande of heb je vragen? Stuur dan een bericht naar: filovrijheid@gmail.com. Het zou fijn zijn als je daar een argumentatie in schrijft en zou je tevens willen aangeven of ik die argumentatie mag publiceren op deze website?

De Filosofie der Vrijheid

De ‘Filosofie der Vrijheid’ is een grond leggend filosofisch werk van Rudolf Steiner (voorts Steiner). Het boek verscheen voor het eerst in 1894 in Duitsland onder de titel: ‘Die Philosophie der Freiheit’. De ideeën geuit in het boek werden (en worden) vaak niet goed begrepen en hebben tot op heden nog niet stevig voet gevat in filosofische discussies. Volgens Pim Blomaard, vertaler van de meest actuele Nederlandstalige versie van het boek, is het lastige aan Steiner’s filosofie dat deze zich in geen enkele bekende filosofische stroming laat inlijven.

In het boek staat de volgende vraag centraal: heeft de mens een vrije wil, of wordt de wil net als ieder ander natuurverschijnsel genoodzaakt door een uiterlijke oorzaak? Deze uiterlijke oorzaak zouden bijvoorbeeld de omgeving, de opvoeding of onze hersenen kunnen zijn. Deze vraag speelt al ruim 2000 jaar een rol in filosofische discussies. Ook tegenwoordig speelt deze vraag een belangrijke rol in wetenschappelijke discussies. De afgelopen jaren zijn in Nederland verscheidene boeken verschenen die bij dit onderwerp stil staan, zoals: ‘De Vrije Wil bestaat niet’ van Victor Lamme, ‘Vrije Wil’ van Tjeerd van de Laar en Sander Voerman en ‘Hoezo vrije wil’ van Maureen Sie E.A.. Ook in een populair boek zoals ‘Wij zijn ons brein’ van Dick Swaab wordt aandacht aan deze vraag geschonken. En, ook in Trouw zijn hierover herhaaldelijk artikelen gepubliceerd. Kortom: de vraag is nog steeds actueel.

Volgens Steiner is het antwoord op de bovenstaande vraag afhankelijk van het antwoord op een andere vraag, die in het boek een evenzo belangrijke rol speelt. Deze vraag luidt: kan het wezen van de mens op een zodanige wijze worden aanschouwd, dat deze aanschouwing de basis vormt voor alle overige gewaarwording en/of wetenschap waarmee de mens gedurende zijn leven in aanraking komt, maar waarvan hij het gevoel heeft dat hij er geen zekerheid van kan krijgen? Deze tweede vraag is een antropologische en kentheoretische vraag. De vraag gaat in op het wezen van de mens. Steiner onderzoekt in zijn boek het denken, het waarnemen, het voelen en het willen en zoekt daarbij naar een basis, een fundament. Deze basis wil Steiner vinden, zodat hij een uitgangspunt heeft om de wereld en ook het menselijke wezen zelf met zekerheid te leren kennen. In de kenleer wordt o.a. de volgende vraag gesteld: langs welke weg kan de mens zekere kennis verkrijgen? Als voorbeeld kan hierbij gedacht worden aan de beroemde uitspraak van Descartes die zei: ‘Ik denk, dus ik ben’ (Cogito ergo sum) en veronderstelde, daarmee in het denken die basis gevonden te hebben.

Het boek bestaat uit twee delen. In het eerste deel wil Steiner de lezer op een punt brengen in zichzelf waar de individuele vrijheid beleefd kan worden. Hoewel Steiner een heldere denker is, die niet nodeloos ingewikkeld schrijft, is het toch een hele prestatie om zijn weg te vervolgen naar dit punt. In het tweede deel van het boek gaat Steiner in op de werkelijkheid van de vrijheid. Daar laat hij zien op welke wijze de vrijheid in het dagelijkse leven kan worden gerealiseerd.

In zijn biografie, ‘Mein Lebensgang‘, schrijft Steiner welke doelstellingen hij voor ogen had ten tijde van het schrijven van de ‘Filosofie der Vrijheid’. In het tiende hoofdstuk van dit boek benoemt hij twee centrale doelstellingen. Ten eerste kwam hij in zijn tijd in aanraking met epistemologen die veronderstelden dat de begrippen en ideeën die mensen over de wereld vormen een bijkomstigheid zijn die alleen voor de mens gelden en niet wezenlijk onderdeel uitmaken van de natuur. Steiner wilde laten zien dat de mens zintuigvrij denkend geen beelden vormt van de wereld, als een buitenstaander, maar, in het wezenlijke van de wereld kan doordringen en zo de natuur werkelijk kan erkennen. Ten tweede wilde Steiner laten zien dat in het beleven van dit zintuigvrije denken ook het wezenlijke van de individuele mens beleefd kan worden. In deze belevenis is volgens hem tevens de fundamentele belevenis van de vrijheid gegeven. Deze idee van de vrijheid wilde hij nader uitwerken.

Het bestuderen van de Filosofie der Vrijheid

In het nawoord van een recente vertaling van de ‘Filosofie der Vrijheid’, vertaald door Pim Blomaard en uitgegeven in 1998, wijst deze op een bezwaar dat verbonden is aan de methode die Steiner heeft gehanteerd. In zijn boek maakt Steiner gebruik van introspectie (in jezelf kijken). Dat doet hij aan de hand van het beschrijven van gedachtenprocessen, gevoelens en wilsbesluiten. Bijvoorbeeld beschrijft hij hoe zich gedachten ontwikkelen aan de hand van het zintuiglijk waarnemen van een aantal biljartballen die op elkaar stoten. Veel hedendaagse wetenschappers verwerpen deze methode, omdat zij menen dat deze methode niet controleerbaar is. Immers, datgene wat ik in mijzelf kan waarnemen, is alleen voor mijzelf toegankelijk. Is dit een zwaarwegend bezwaar? Uiteraard is voor iemand niet controleerbaar wat Steiner zelf precies, dacht, voelde of waarnam toen hij het boek schreef. Echter, eenieder kan de processen die Steiner helder beschrijft innerlijk navoltrekken en vervolgens erover nadenken of de conclusies die Steiner uit deze experimenten trekt aanvaardbaar zijn. Bij alles wat Steiner schrijft kan de vraag gesteld worden: ‘neem ik dit over?‘. Een voordeel van Steiner’s methode is dat een diepgaande analyse van het eigen gedachte-, gevoels- en wilsleven mogelijk is, hetgeen tot meer zelfkennis kan leiden.

De maker van deze pagina streeft naar het volgend: Een korte en bondige beschrijving van de hoofdlijn van het boek de ‘Filosofie der Vrijheid’ geven. Deze kan de geïnteresseerde lezer van het boek helpen om het boek eenvoudiger en beter te doorgronden. Althans, dat is de hoop van de maker van deze website.

Bij de analyse van de ‘Filosofie der Vrijheid’ is gebruik gemaakt van een Nederlandse en een Duitse uitgave van het boek, te weten: Steiner, R. (2011 (25) (1894)) Die Philosophie der Freiheit, Grundzüge einer moderenen Weltanschauung. Rudolf Steiner Verlag: Dornach. En, Steiner, R. (1982 (7) (1975)). Filosofie der Vrijheid. Servire B.V.: Katwijk aan Zee.

Meer informatie

– In 1980 is een boekje verschenen van Johan Theissen onder de titel: ‘Vrijheids-inzicht en vrijheids-verwezenlijking, Een leidraad door Rudolf Steiners ‘Filosofie der Vrijheid”. Daarin wordt in heldere bewoordingen uiteengezet wat de hoofdlijn is van Steiner’s betoog. Het is een goed middel om een beter inzicht te verkrijgen van het boek van Steiner. Het boekje is echter wel lastig verkrijgbaar.

– Op de Engelstalige Wikipedia is een uitvoerige samenvatting gegeven van de ‘Filosofie der Vrijheid’. Tevens zijn er verwijzingen naar andere internetpagina’s waar Duitstalige en Engelstalige exemplaren van de ‘Filosofie der Vrijheid’ gratis te vinden zijn.

– Op de Duitstalige website AnthroWiki is meer informatie te vinden over de ‘Filosofie der Vrijheid’. Onder andere is op die website een volledige versie van het Duitstalige boek te vinden. Tevens zijn weblinks naar interessante websites vermeld, waar exemplaren van het boek te vinden zijn en ook een luisterboek (video).

Ga door naar Hoofdstuk 1 →

* Bron: Steiner, R. (1982 (7) (1975)). Filosofie der Vrijheid. Servire B.V.: Katwijk aan Zee, p. 7.