Ben ik een vrij mens die zelf zijn wensen en daaruit voortvloeiende handelingen bepaalt?

Enige tijd geleden kreeg ik de behoefte om te onderzoeken of ikzelf vrij ben. Ik nam een boek van Peter Bieri ter hand, Het Handwerk van de vrijheid, en begon te lezen. Halverwege het boek bedacht ik mij dat ik graag zelf wil onderzoeken of ik vrij ben. Daarom heb ik de bovenstaande vraag geformuleerd. Deze probeer ik stap voor stap hieronder te beantwoorden.

Vrij of onvrij?

Iets is onvrij als het wordt veroorzaakt of wordt genoodzaakt door iets anders. En iets is vrij wanneer geldt dat het niet zo is dat iets wordt veroorzaakt of wordt genoodzaakt door iets anders. In termen van menselijke vrijheid kun je spreken van gedwongen (onvrij) of van niet gedwongen (vrij).

Wie is vrij of onvrij?

De mens of het ik van de mens is vrij of onvrij.

Voor de mens zijn twee fundamentele eigenschappen van belang. De ene eigenschap is het waarnemen en de andere eigenschap is het denken. Het waarnemen zijn alle gewaarwordingen die de mens doet in de meest brede zin van het woord (horen, ruiken, zien, voelen, voorstellingen, gedachten etc.). Het denken is een activiteit die gedachten en begrippen voortbrengt.

Door het denken leert de mens de wereld begrijpen. Als de mens waarneemt is de mens passief en als de mens denkt is de mens actief en brengt de mens begrippen en ideeën voort. Door het denken ontstaat ook het begrip ‘ik’ en het begrip ‘wereld’. Het denken brengt ook de begrippen ‘subject’ en ‘object’ voort evenals alle andere begrippen.

In de loop van het leven vormt zich de mens door een wisselwerking van waarnemingen en denken. Het denken van de mens brengt vele begrippen en wensen in relatie tot zichzelf, zijn ik. Kortom: door het denken vormt zich de persoonlijkheid van de mens.

Wat zijn wensen en handelingen?

Wensen zijn begrippen, ideeën en voorstellingen die de mens heeft. Als een wens sterk is kan de mens die wens willen realiseren. Daaruit kan dan een handeling voortvloeien. De handeling is een materiële realisatie van de wens of een poging daartoe.

Wordt het denken genoodzaakt of veroorzaakt?

Het denken is een activiteit. De mens kan ervoor kiezen die activiteit wel of niet uit te voeren. Als de mens denkt, dan kunnen begrippen en ideeën ontstaan. Het denken wordt dus niet genoodzaakt of veroorzaakt.

Noodzaken begrippen, ideeën en voorstellingen?

Als begrippen, ideeën en voorstellingen zijn voortgebracht, dan kan de mens zich die bewust worden. Bewust worden betekent dat de mens zijn denken erop richt. Vervolgens kan de mens ervoor kiezen om een begrip, idee of voorstelling te realiseren via een handeling. De begrippen, ideeën en voorstellingen noodzaken/dwingen de mens niet tot een handeling. De mens kan ervoor kiezen geen handeling te verrichten.

Conclusie tot nu toe:

Het denken is een ongedwongen activiteit. Door het denken vormt zich het begrip ik. De mens wordt zich dankzij het denken bewust dat hij een ik is. Vervolgens vormt zich door een wisselwerking van denken en waarnemen dit ik verder gedurende het leven. Het ik wordt een persoonlijkheid. De mens vormt zichzelf tot persoonlijkheid met behulp van zijn vrije denken. De mens is dus in principe een fundamenteel vrij wezen. Ik spreek hier niet over alles wat al door waarneming gegeven is, zoals het lichaam.

Ondanks het feit dat de mens een fundamenteel vrij wezen is kan de mens onvrij zijn of onvrij worden.

Wat maakt de mens onvrij?

1. Afwezigheid van het weten van mijn wens maakt mij onvrij. Als ik niet weet wat ik wens, dan weet ik ook niet welke handeling ik wens te verrichten. Ik laat mij besluiteloos meedrijven door de omstandigheden en er worden keuzes voor mij gemaakt. Ik geeft geen vorm aan mijn eigen leven.

2. Afwezigheid van praktisch weten maakt mij onvrij (zelfkennis en kennis van de wereld). Ik dien te weten welke handeling ik zou moeten verrichten om mijn wens te realiseren. Stel nou dat ik weet wat ik wens, maar niet weet hoe de wens kan worden gerealiseerd, dan ben ik niet vrij om te doen wat ik wens. Het lukt mij eenvoudigweg niet, omdat ik geen kennis bezit over hoe het moet worden aangepakt.

3. Verder is afwezigheid van externe dwang nodig. Ik kan weten wat ik wens en hoe de wens gerealiseerd moet worden. Echter, als iemand mij vastketent dan kan ik de wens niet realiseren.

4. Een vierde voorwaarde is, dat ook innerlijke dwang afwezig dient te zijn. Bij innerlijke dwang denk ik aan dwanggedachten (verplichtingen die ik mijzelf opleg (bijv. allerlei dingen van jezelf moeten)), verslavingen (roken, drinken, drugs) en psychische aandoeningen. Dit is overigens geen volledige lijst. Een aantal van de hiervoor genoemde zaken oefent wellicht geen dwang uit, maar desalniettemin een sterke drang.

Conclusie

Ik ben in principe een fundamenteel vrij iemand die zelf sturing kan geven aan zijn eigen leven. Door externe- of interne omstandigheden of het nalaten van actief denken kan ik onvrij blijven of onvrij worden. Vrijheid kan mijn inziens vooral verkregen worden door actief na te denken.

Veel van de hierboven genoemde gedachten vloeien voort uit de Filosofie der Vrijheid.

Ben je het oneens met het bovenstaande of heb je vragen? Stuur dan een bericht naar: filovrijheid@gmail.com. Het zou fijn zijn als je daar een argumentatie in schrijft en zou je tevens willen aangeven of ik die argumentatie mag publiceren op deze website?