Hoofdstuk 8

In hoofdstuk acht behandelt Steiner het waarnemen, het denken, het voelen en het willen. Volgens hem zijn dat de factoren van het (menselijke) leven. In feite geeft Steiner een samenvatting van onderwerpen die hij reeds in eerdere hoofdstukken heeft besproken. Hij gaat daarbij nader in op de begrippen voelen en willen.

Als wij de wereld waarnemen en nog niet over de wereld nadenken, dan worden wij alleen onsamenhangende waarnemingen gewaar. Als wij dan beginnen na te denken over deze waarnemingen, dan brengt het denken de waarnemingen in relatie met begrippen en ideeën. Daardoor gaan wij de wereld kennen en weten wij. Wij doen ook waarnemingen aan onszelf. Bij deze zelfwaarneming voegt het denken de begrippen ‘ik’, ‘zelf’ en/of ‘subject’. Aan dit ‘ik’ word ik in de praktijk vaak het denken gewaar. Daardoor kom ik in de verleiding om te denken dat het denken een subjectieve activiteit is. Het denken voegt echter het begrip ‘ik’ samen met waarnemingen aan onszelf evenals het de overige waarnemingen in relatie brengt met begrippen. Het denken is daarom niet een subjectieve activiteit. Ik weet dat ik een ‘ik’ of ‘subject’ ben dankzij het denken. (alinea 1)

Volgens Steiner is de mens niet alleen een waarnemend en denkend wezen, maar ook een wezen dat voelt en dingen wil. Bij het voelen is sprake van een relatie tussen de waarnemingen en het ik. Deze relatie uit zich in een gevoel van lust of onlust dat het ik aan zichzelf ervaart. Ik zou zeggen dat dit een passieve relatie is. Daartegenover staat het willen. Volgens Steiner is bij het willen sprake van een omgekeerde relatie ten opzichte van het voelen. Ik betrek mijn ik op bepaalde waarnemingen. Ik zou zeggen dat hierbij sprake is van een actieve relatie. Zowel het voelen alsook het willen treden aan de mens tegemoet als waarneming. Evenals voor de overige waarnemingen geldt, dat ik deze, via mijn denken, in relatie kan brengen met begrippen en ideeën. (Alinea 2 – 5)

Steiner gaat ook in op de filosofie van het gevoel en de filosofie van de wil. Beide filosofieën weerlegt hij.

Ga verder naar hoofdstuk 9 → 

Bron: Steiner, R. (1982 (7) (1975)). Filosofie der Vrijheid. Servire B.V.: Katwijk aan Zee. 

Toelichting:

Is al het willen een resultaat van het voelen en het denken? Een bepaalde waarneming wordt door het denken geïnterpreteerd daarmee verbindt zich een gevoel van lust of van onlust. Daarna ontstaat er een willen. Dat lijkt logisch. Maar, hoe zit het dan met instinctieve handelingen? Of met handelingen van baby’s die naar voeding of warmte verlangen? De baby wil wel iets, omdat er waarschijnlijk sprake is van een onlust gevoel, maar weten ze wel wat ze willen? Ik zou zeggen: nee. Kortom: niet alle willen is een resultaat van voelen en denken.